'Laatste getuige' Nathan Ramet op bezoek

' Ik ben een getuige, geen historicus. Dit is een groot verschil. Ik getuig veel.
Ik getuig opdat mensen het zouden weten. '

Ter gelegenheid van de viering '50 jaar K.A. Voskenslaan' ontvingen wij vorige week Dhr. Nathan Ramet, stichter en huidig voorzitter van het 'Joods Museum van Deportatie en Verzet', dat in de Mechelse Dossinkazerne gevestigd is.
In het kader van een didactische uitstap Geschiedenis brengen onze laatstejaars elk jaar een bezoek aan Breendonk en aan deze kazerne.

Het was een eer en een genoegen om dhr. Ramet te mogen ontvangen. Hij verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf 8 dagen in de Dossinkazerne alvorens hij, samen met zijn vader, naar de kampen gedeporteerd werd.
Zijn vader sterft eind 1942 in Trzebinia; Nathan is vandaag de enige overgebleven getuige die nog wil of kan getuigen…

De leerlingen van het vijfde jaar werden er stil van.

' Ik zat samen met mijn vader op de trein Antwerpen - Brussel toen we, eind augustus 1942, werden opgepakt. In Mechelen moesten we afstappen. We werden naar de Dossinkazerne gebracht en later gedeporteerd naar Trzebinia, een dwangarbeidskamp : we moesten wagonnetjes laden met zand. De grond moest geplaveid worden zodat de spoorweg erop aangelegd kon worden. '

Nathan was 18 toen hij daarna in Auschwitz aankwam. Daar ontdekte hij het bestaan van de gaskamers.
De leerlingen luisteren in ademloze spanning, vol verbijstering.

  

' Toen we aankwamen, moest ik naar rechts. Mijn oom, de broer van mijn moeder, moest naar links. Rechts stond voor leven, links voor de gaskamers.
Wij moesten in een rij staan en ons helemaal uitkleden. Bij iedereen werd het haar geschoren. We moesten onder de douche en kregen daarna de typisch gestreepte uniformen, met houten blokken. We kregen een nummer getatoeëerd op onze linker voorarm. Vanaf dat moment waren we nog slechts nummers. We hadden geen identiteit meer. '

Ondanks alle lectuur en de talrijke films over de holocaust, laat zo'n getuigenis je niet meer los.
Als dhr. Ramet vertelt over de onmenselijkheid in Auschwitz, over het getto van Warschau, over ziekte en ontbering, over de dodenmarsen, dan pas dringt het begrip 'overleven' tot in je wezen door.
Als hij vertelt over het weerzien met zijn moeder en zijn zus, in  juni 1945 in Antwerpen, dan beklemt dit je hart.

Dan zet zo'n getuigenis zich vast in je hoofd...