Inspirerende voordracht over de geschiedenis van het boek

Op woensdag 18 maart vertelde Geralda Jurriaans-Helle, conservator van het Allard Pierson Museum in Amsterdam, de leerlingen van het vijfde jaar Latijn - Moderne Talen, Latijn - Grieks en Latijn - Wetenschappen over de geschiedenis van het boek in en na de klassieke oudheid.

Het Allard Pierson Museum (Oude Turfmarkt 127)  is het archeologisch museum van de Universiteit van Amsterdam. De antieke beschavingen uit het Oude Egypte, het Nabije Oosten, de Griekse wereld, Etrurië en het Romeinse Rijk komen in het museum opnieuw tot leven. Kunst- en gebruiksvoorwerpen uit de periode van 4000 voor Chr. tot 500 na Chr. geven een goed beeld van het dagelijks leven, mythologie en godsdienst in de antieke Oudheid. De naam van het Museum is ontleend aan de eerste professor Klassieke Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam, Allard Pierson.

Het verhaal van Mevr. Jurriaans-Helle over de geschiedenis van het boek begon bij de mondelinge overlevering van mythologische verhalen.

Het op schrift stellen van die verhalen was een revolutionaire ontwikkeling: ze werden nu voor iedereen die kon lezen toegankelijk en gingen niet meer verloren.

Sommige beroemde werken uit de Oudheid, zoals de Ilias van Homeros, behoren nog steeds tot de wereldliteratuur. Ze zijn gedurende vele eeuwen gelezen en gekopieerd in papyruswerkplaatsen, op perkament en later natuurlijk ook op papier.

Velen hebben zich in de oudheid met boeken omringd. Boeken kon men in openbare bibliotheken of leeszalen raadplegen en er waren ook privé bibliotheken.

Tijdens de lezing werden antieke plaatsen waar zich beroemde grote bibliotheken bevonden aan de leerlingen voorgesteld: Alexandrië, Efese, Pergamon en Rome.

Mevr. Jurriaans-Helle weidde uit over de middeleeuwse kloosterscholen, over  de revolutie van de boekdrukkunst en de wereld van de renaissance die de oudheid bekend maakte bij een groter publiek.

Maar ze had het niet alleen over de lange weg van papyrus via perkament naar papier en over de betekenis van de klassieke oudheid voor onze cultuur.

Ze vertelde op een begrijpelijke manier ook over de wijze van illustreren, over lettervormen, bewaar- en opbergmethoden en over de wijze van vertalen van klassieke teksten.

Via inzicht en begrip van het verleden plaatste zij het boek in de eenentwintigste eeuw - met zijn luisterboeken, computerspellen en met films als Troy - in een breed cultuurhistorisch perspectief.

En waarom zijn grote delen van de poëzie van bijvoorbeeld Sappho niet bewaard gebleven? Hoe schreef men in de tijd van Karel de Grote? Waarom schrijven wij op papier van A4-formaat en gebruiken wij het lettertype Times New Roman? Heet een miniatuur zo omdat het een heel klein plaatje is?

Deze en nog vele andere vragen werden beantwoord tijdens deze boeiende uiteenzetting.

Een schitterend initiatief van Mevr. Van Twembeke en de vakgroep Latijn !