Ariadne Warmoes (4LT) wint prozawedstrijd !

Onze leerlinge Ariadne Warmoes, leerlinge van 4 Latijn-moderne talen, werd door een vakjury verkozen tot laureate van de 6de ‘Poëzie- en Prozawedstrijd ‘Willy Bultereys 2010’,
een organisatie van de Oost-Vlaamse afdeling van het Willemsfonds.

Haar inzending ‘Trein naar de Toekomst’  werd in de rubriek ‘proza’ als beste gerangschikt.
U kunt de tekst hieronder lezen (zie "Lees meer..."

Van harte gefeliciteerd, Ariadne !

 

Trein naar de toekomst - Ariadne Warmoes

Zachtjes wordt er op mijn deur geklopt en op mijn toestemming komt de verpleegster binnen met mijn avondeten. Met haar eeuwige glimlach vraagt ze hoe het gaat, of ik niet te veel pijn heb en of ze me ergens mee kan helpen. Terwijl ze alles klaar zet geef ik vriendelijk antwoord. Uiteindelijk heeft ze gedaan en vraagt ze nog of ze de gordijnen moet dicht doen.
‘Nee,’, glimlach ik zachtjes, ‘ik zou graag nog even van de zon willen genieten.’ Met een “smakelijk en tot straks” vertrekt ze uit de sombere, klassieke, witte kamer. Ik laat de laatste zonnestralen mijn gezicht verwarmen. De warme tinteling verspreidt zich samen met het lome gevoel over heel mijn lichaam. Mijn gedachten zijn als vredige, witte schapenwolkjes op een zomerse dag, en de wind leidt ze zachtjes naar mijn verleden.

Ik lag op mijn rug, mijn dekens verfrommeld aan het einde van mijn bed. Slapen kon ik niet, mijn hoofd zat stampvol met een chaos van gedachten en beelden. Ik was 23 jaar. Als mensen me vroegen wat ik al verwezenlijkt had in dit leven, kon ik niet antwoorden. Ik was opgegroeid in een onbekend dorp in de Verenigde Staten, afgestudeerd in het dichtstbijzijnde atheneum en was daarna bij mijn ouders op de boerderij gaan werken. Ik wou het niet meer. Ik wou niet met mijn mond vol tanden staan als mensen mij die vraag stelden. Ik stond vastberaden op, greep mijn koffer, gooide er het hoogstnoodzakelijke in en liep naar beneden. Daar schreef ik een briefje voor mijn ouders met de mededeling dat ik weg was en zo snel mogelijk iets zou laten weten. Gepakt en gezakt liep ik naar het station en keek wanneer de eerstvolgende trein kwam. ’00.12 – South Detroit’
‘Verkocht’ fluisterde ik tegen de stilte van de nacht, en ik wachtte tot de trein kwam.

Haastig stapte ik in en ging de eerste coupé binnen, op een jongeman na was die verlaten. Ik zette me neer en plaatste mijn bagage naast mij, waarna ik in slaap dommelde tegen het raam, door het eentonig geratel van de trein. Wat later hoorde ik in de verte een lage mannenstem zeggen: ‘Juffrouw? Een tikje op mijn schouder liet mij mijn ogen openen. Recht voor mij stond de conducteur en ik beet betrapt op mijn lip- ik had geen kaartje, noch geld om er eentje te kopen. Angstig keek ik om mij heen en een paar ijsblauwe ogen doorkliefden de mijne. De knappe jongeman keek mij onderzoekend aan en net als ik mijn mond wou opendoen sprak hij met een wonderbaarlijke heldere stem. ‘Hier’ en hij legde een briefje van twintig dollar in de hand van de man. De conducteur gaf mij een kaartje en de jongen het wisselgeld. Als hij weg was kon ik alleen maar met open mond naar hem staren, van stomheid geslagen. Hij glimlachte vaag en vroeg: ‘En, wat brengt jou hier, op de midnight train naar South Detroit?’ Ik deed mijn mond dicht, dan weer open, om hem daarna terug dicht te doen. Wat deed ik hier eigenlijk? Ik haalde mijn schouders op, en uiteindelijk antwoordde ik met een schorre stem: ‘Een impulsieve beslissing.’

‘En achter elke beslissing zit een reden, vertel het mij maar’ knipoogde hij en voor ik het wist had ik al gezegd dat ik “het wil maken in het leven”. Meteen daarna besefte ik al hoe idioot dat klonk. Het was ook idioot, wie gaat er nu ook naar een onbekende stad, zonder daar iemand te kennen, en zonder een specifiek doel? Tranen brandden achter in mijn ogen- waarom was ik gewoon niet thuis gebleven? Spijt en verwarring landden als dikke nevel op mijn gedachten. Het bleef een lange tijd stil, tot wanneer hij de stilte verbrak door zijn keel te schrapen. ‘Je moet het leven zien als een lange reis naar je dromen. In het begin is de baan nieuw aangelegd, en rij je langzaam in de juiste versnelling, maar als de weg ouder wordt, komen er steeds meer valkuilen en moeilijke kruispunten. Jij staat nu midden op een druk, gevaarlijk kruispunt, met voor je een onbekend landschap, en achter je die weg die je al zo lang hebt gevolgd. Ga verder, keer niet terug, maak die reis naar je dromen waar.’ Hij pakte mijn hand en gaf er een kneepje in. ‘Hoe anders en angstaanjagend de toekomst er ook mag uitzien, stop nooit met erin te geloven.’

Ik word wakker van een warme hand die zachtjes over de mijne wrijft. Als ik mijn ogen opsla kijk ik in diezelfde, glinsterende ijsblauwe ogen. Ik glimlach. Als men mij nu vraagt wat ik al verwezenlijkt heb in mijn leven, kan ik zeggen dat ik een geslaagde reis heb gemaakt. Ik heb vele dromen waargemaakt en leren liefhebben. Ik heb angsten leren overwinnen en gelukkig leren zijn, ondanks de schade en blutsen die mijn reis mij ook heeft toegebracht. De toekomst is nu de overkant van een brug die donker en eenzaam aanvoelt, maar ik voel dat ik vol liefde en vol vertrouwen er eindelijk klaar voor ben, klaar om de laatste en langste reis te maken.